We kunnen er niet langer van uitgaan dat verstandige mensen aan de knoppen zitten
In het boek Democratie onder druk beschrijven de auteurs Bart Jacobs en Rowin Jansen de Nederlandse wetgeving en de structuur van onze staatsinrichting. Daarbij besteden zij bijzondere aandacht aan de huidige besluitvorming binnen de Tweede Kamer en de vele commissies en instituties die nauw verbonden zijn met de politieke macht. De auteurs trekken parallellen met autocratische bestuursvormen, waarbij een land wordt geleid door één machthebber, een dominante partij of een gesloten elite. Voorbeelden hiervan zijn Hongarije en Polen in Europa, maar ook de Verenigde Staten onder Trump en China. In dergelijke systemen is geen sprake meer van echte democratie; de wil van de autocraat of de dominante partij prevaleert, terwijl verkiezingen vooral een symbolische functie krijgen.
De analyse van Nederland die in het boek wordt gemaakt, schetst volgens de auteurs een verontrustend beeld van ondemocratisch handelen, bestuurlijke onkunde en het bewust buitenspel zetten van burgers en politieke tegenstanders. Recent stelde Martin Bosma (PVV), voormalig voorzitter van de Tweede Kamer, bijvoorbeeld vragen over de wijze waarop burgemeesters worden benoemd en welke politieke invloed daarbij een rol speelt. Volgens critici zouden met name partijen als PVV, Forum voor Democratie en JA21 structureel worden uitgesloten van dergelijke benoemingen, terwijl gevestigde partijen een dominante positie behouden. De auteurs zien hierin een voorbeeld van een bestuurlijk systeem waarin macht en benoemingen binnen een beperkte kring blijven circuleren.
Daarnaast wijzen zij op het groeiende gevoel onder burgers dat zij onvoldoende worden betrokken bij besluitvorming en dat protesten steeds harder worden aangepakt. In het boek worden onder meer voorbeelden genoemd van speciale politie-eenheden en de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor de aansturing daarvan.
Onkunde van bestuurders
Het boek bevat volgens de auteurs talrijke voorbeelden van bestuurlijke tekortkomingen, variërend van beleidsterreinen als wonen, landbouw en asiel tot het functioneren van de Tweede Kamer zelf. Kamerleden met een controlerende taak zouden te vaak tekortschieten in dossierkennis, historisch besef en onafhankelijk oordeel.
De auteurs betogen dat de besluitvorming in Nederland steeds meer kenmerken vertoont van partijgedreven machtspolitiek. Niet één leider staat centraal, maar een dominante politieke stroming, gesteund door gelijkgezinde partijen en instituties. Hierdoor zou besluitvorming steeds minder plaatsvinden in het belang van burgers of het land als geheel. In dat opzicht trekken de schrijvers opnieuw parallellen met ontwikkelingen in landen als Polen, Hongarije en de Verenigde Staten.
Daarnaast signaleren zij een uitdijend ambtelijk apparaat dat niet alleen controleert, maar volgens hen ook in toenemende mate zelfstandig richting geeft aan beleid en regelgeving.
Als voorbeeld noemen de auteurs de recente verkiezingen, waarbij volgens hen een aanzienlijk deel van de kiezers koos voor een rechtser beleid, terwijl uiteindelijk een regering tot stand kwam die daarvan onvoldoende een afspiegeling zou zijn. Zij spreken in dat verband van een “schijndemocratie”, waarin macht geconcentreerd blijft binnen bestaande bestuurlijke netwerken. Belangrijke posities binnen overheid, universiteiten, adviesorganen en instellingen zouden bovendien regelmatig worden ingevuld door personen uit dezelfde politieke en bestuurlijke kring. Oud-politici die verantwoordelijk waren voor bekritiseerd beleid keren volgens de auteurs vaak terug op andere invloedrijke posities, zonder wezenlijke verantwoording af te leggen.
Het boek maakt veel duidelijk
Ik heb het boek met toenemende verbazing gelezen. Het is degelijk onderbouwd, rijk aan feitenkennis en laat de lezer in veel gevallen zelf conclusies trekken. Bij mij drong zich steeds sterker het beeld op van een democratie die geleidelijk opschuift richting een meer gesloten en autocratisch systeem, vergelijkbaar met de ontwikkelingen die we elders in de wereld zien.
Nederland kent wellicht geen uitgesproken sterke leider, maar volgens de auteurs wel een politieke en bestuurlijke elite die strategische posities stevig in handen heeft. Dat roept parallellen op met ontwikkelingen binnen andere landen waar democratische tegenmacht langzaam verzwakt.
Ik ben blij dat dit boek is geschreven. Juist de combinatie van feitelijke onderbouwing en kritische analyse maakt het waardevol. Tegelijkertijd stemt het somber. Het zal waarschijnlijk nog lang duren voordat burgers weer werkelijk het gevoel krijgen dat hun stem doorslaggevend is, dat er naar elkaar wordt geluisterd en dat bestuurders — van rechters tot burgemeesters — primair handelen vanuit deskundigheid, onafhankelijkheid en het algemeen belang.
Prof. dr. Cor Molenaar
P.S. Het boek bevat daarnaast vele voorbeelden van volgens de auteurs dubieuze besluitvorming, variërend van de toeslagenaffaire tot ondoorzichtige geldstromen rond ontwikkelingshulp en steun aan Oekraïne. Ook het falende beleid binnen de jeugdzorg, recent opnieuw zichtbaar geworden in Stadskanaal, komt uitgebreid aan bod. Volgens de schrijvers worden verantwoordelijken voor dergelijke misstanden zelden echt ter verantwoording geroepen en vaak juist doorgeschoven naar andere bestuurlijke functies.
